Gerrit Rietveld

(1888-1964)

Gerrit Rietveld (Utrecht 24 juni 1888 – 25 juni 1964) leerde al op jonge leeftijd het vak van meubelmaker in de werkplaats van zijn vader. Later gaat hij in de leer tot architect en komt hij in contact met leden van kunststroming De Stijl zoals Robert van ‘t Hoff, Bart van der Leck en Theo van Doesburg.

Rietveld ontwikkelt zich tot een veelzijdig kunstenaar met een sterke visie, zijn architectuur en meubelontwerpen worden wereldberoemd. Zijn Rood-Blauwe stoel, Zig-Zag stoel, de Kratmeubels en de Press Room Chair zijn inmiddels echte designklassiekers die niet meer weg te denken zijn uit musea en het moderne interieur. In de beginperiode ontwerpt Rietveld veel meubels vanuit een onderzoekende gedachte waarbij constructie, vorm en materiaal een belangrijke rol spelen.

Later ontstaan de meubels veelal als onderdeel van de architectuuropdrachten, zoals bijvoorbeeld de Steltman stoel die hij ontwerpt voor de gelijknamige juwelier in Den Haag. Aan vrijwel ieder ontwerp van Rietveld is een bijzonder verhaal verbonden. De verhalen achter de designklassiekers van Rietveld zijn te lezen op de collectiepagina.

In 1917 opent Rietveld zijn eerste meubelwerkplaats aan de Adriaen van Ostadelaan in Utrecht. Hij ontwikkelt zich in die tijd verder tot architect en komt via Robert van ’t Hoff in contact met leden van kunststroming De Stijl, zoals Bart van der Leck Theo van Doesburg en de architecten J.J.P Oud en Jan Wils. Rietvelds lattenstoel uit 1919 kreeg grote waardering bij De Stijl onder wiens invloed Rietveld de stoel omstreeks 1923 rood en blauw verfde. Rietveld sloot zich aan bij De Stijl en publiceerde regelmatig in het tijdschrift.
Rietveld wordt onderdeel van de Nederlandse en later ook internationale avant-garde. Kunstschilder Charley Toorop, architect Bruno Taut, kunstenaars Kurt Schwitters, El Lissitzky, Vilmos Huszár en ontwerper Mart Stam behoorden tot zijn vrienden.

Afbeelding: Rood blauwe stoel, 1923

de stijl

Het Rietveld Schröderhuis

Rietvelds bekendste ontwerp is ongetwijfeld het Rietveld Schröderhuis in Utrecht dat hij in 1924 ontwierp voor Truus Schröder-Schräder. Na de dood van haar man Frits Schröder besluit ze om kleiner en vooral moderner te gaan wonen.

Truus Schröder bemoeit zich intensief met het ontwerp dat al snel na de oplevering veel aandacht krijgt. Rietveld begint zijn architectenbureau op de begane grond van het huis waar de woon en slaap vertrekken zich op de eerste verdieping bevinden. Deze verdieping kan door ingenieuze schuifwanden eenvoudig anders worden ingedeeld. Grote ontwerpers als Mart Stam, Eileen Gray en Aino Alto bezoeken het huis en zijn onder de indruk.

Gray heeft er duidelijk inspiratie opgedaan voor haar beroemde huis E 1027 in Roquebrune-Cap-Martin. Met het Schröderhuis manifesteert Rietveld zich als architect die zijn tijd ver vooruit is. In 2000 kreeg het Rietveld Schröderhuis de status van Unesco Werelderfgoed.

Na het opheffen van De Stijl in 1931 brak er voor Rietveld een moeilijke periode aan. Door crisis werd er minder gebouwd en bovendien wordt hem tijdens de oorlog verboden te werken. In deze periode maakt Rietveld wel een groot aantal meubelontwerpen. Met de Zigzag stoel uit 1932 laat hij zijn kennis van materiaal en vorm zien. In 1934 ontwerpt hij de kratmeubels. Een serie die meubels die gemaakt wordt van restmateriaal van transport kratten. Rietveld verkoopt niet alleen de kratmeubels maar ook de tekening met instructie zodat de klant de stoel zelf kan bouwen. In 1935 volgt de gestoffeerde stoel: de Utrecht fauteuil met zijn kenmerkende dekensteek als afwerking. In 1942 krijgt Rietveld de opdracht om een interieur voor de Amsterdamse Bank te ontwerpen. Hij mag het niet uitvoeren omdat hij geen lid is van de door de Duitsers ingesteld Kultuurkamer. De prototype’s voor dit project maakt Rietveld vermoedelijk op zijn onderduikadres bij vriend en fotograaf Nico Jesse die de meubels uiteindelijk in gebruik neemt.

Jaren 50 architectuur en design

Na de oorlog krijgt Rietveld weer meer opdrachten en volgt ook zijn grote succes als architect. In de tweede helft van de jaren vijftig werkt hij aan grote projecten zoals de Jaarbeurs in Utrecht en de bouw van weverij De Ploeg in Bergeijk.

In Parijs ontwerpt hij in 1958 voor het UNESCO gebouw de beroemde Press Room en in datzelfde jaar het Nederlands paviljoen van de Wereldtentoonstelling in Brussel. Rietveld bouwde in die periode veel vrijstaande huizen voor opdrachtgevers die meer dan eens bij hem kwamen na aanbeveling door Willem Sandberg, directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam.

Sandeberg steunde Rietveld veelvuldig gedurende zijn lange carrière als directeur van het Museum. In 1951 ontwierp Rietveld de Stijl tentoonstelling voor het Museum. Deze expositie is later ook te zien tijdens de Biënnale in Venetië en in het Museum of Modern Art in New York.

Rietveld's Muze

Truus Schröder speelt een belangrijke rol in de carrière van Gerrit Rietveld. De twee ontmoeten elkaar voor het eerst wanneer Gerrit als hulp van zijn vader een klassiek bureau komt afleveren in haar woning aan de Bildtstraat in Utrecht. Het bureau is voor haar echtgenoot Frits Schröder. Wanneer Truus het ontwerp als ouderwets afkeurt vindt ze Rietveld aan haar zijde. Niet lang daarna geeft ze Rietveld de opdracht om een kamer in haar woning in te richten. De twee delen meer dan alleen een passie voor design en architectuur.

Na het overlijden van Frits Schröder krijgt Rietveld in 1923 de opdracht voor het ontwerpen van een modern huis dat later als het Rietveld Schröderhuis wereldfaam verwerft. Gerrit Rietveld en Truus Schröder werken veel samen. Zij blijft op de achtergrond maar ontwikkelt zich duidelijk als interieurarchitect. Ze adviseert Rietveld en beheert een belangrijk deel van zijn ontwerp archief.

Op meerdere ontwerpen staat bovendien de naam van zowel Rietveld als Schröder vermeld. Na de dood van Rietvelds vrouw in 1957 verhuist hij naar het Schröderhuis waar hij tot zijn dood op 25 juni 1964 met Truus Schröder samenwoont.

Authenticiteit en auteursrecht

De ontwerpen van Gerrit Rietveld zijn beschermd door auteursrecht. De Rietveld Meubels die door Rietveld Originals, Cassina en Tecta worden gemaakt zijn voorzien van diverse kenmerken of merktekens om de authenticiteit te kunnen garanderen. Deze kenmerken verschillen per ontwerp. De Stichting Auteursrechten G.Th. Rietveld stelt hieraan strenge eisen. Op ieder meubel en/of de verpakking is een vermelding van het auteursrecht aangebracht. Verschillende Rietveld meubels worden door liefhebbers zelf gemaakt. De bouwtekeningen van een aantal houten meubels zijn in boekvorm verkrijgbaar onder de titel: ‘Rietveld meubels om zelf te maken’. Het maken van deze meubels is alleen toegestaan voor eigen particulier gebruik. Het is uitdrukkelijk verboden om deze zelfgemaakte meubels in te zetten voor commerciële doeleinden of te verkopen.

Afbeelding: Press Room Chair

Vintage collectie

Rietveld Originals

Rietveld Originals heeft de beschikking over een bijzondere verzameling oude Rietveld Meubels waaronder enkele unieke stukken. Deze meubels zijn onderdeel van de Collectie Titus Darley, een verzameling van hedendaagse design meubels. De kern van de collectie bestaat uit meubels uit de historie van de meubelbedrijven Spectrum, Gelderland, Rietveld Originals en verlichtingsbedrijf Atelier Artiforte. Verder bevat de collectie meubels met een bijzondere oorsprong of verhaal en meubels die van belang zijn geweest voor de ontwikkeling van het moderne meubel in het algemeen. De collectie is op afsrpaak te bezichtigen. Heeft u een Rietveld meubel dat u onder onze aandacht wilt brengen neem dan via deze link contact met ons op.

Onze website maakt gebruik van cookies om u de beste webervaring te garanderen. Door gebruik te maken van onze website gaat u akkoord met ons privacybeleid en het gebruik van cookies. Lees meer